maandag 7 juli 2008

Het resultaat van 9 maanden

Zoals eerder verteld zijn Marciano en ik op 1 september 2007 getrouwd en vertrokken we gelijk na 11 dagen naar Indonesie.
Vandaag is het 7 juli, dat wil dus zeggen dat we intussen meer dan 9 maanden verder zijn.
Wat is het resultaat van 9 maanden Indonesie?

Binnen 9 maanden hebben we enorm veel vrienden kunnen maken, te beginnen bij de reeds hier residerende Surinamers, de klasgenoten van Marciano, onze buren en uiteraard ook andere Indonesiers die we hebben leren kennen. Inmiddels is deze vriendenkring ook uitgebreid met andere buitenlandse studenten die ook een beurs genieten en voor bepaalde tijd in Jogja vertoeven. Deze studenten zijn verenigd in een organisatie, ISANAM, -waarvan Marciano vrij recentelijk tot Vice-President is verkozen-, en van tijd tot tijd worden leuke evenementen georganiseerd om de saamhorigheid te bevorderen en te onderhouden.
Om een paar van de meest recent gehouden activiteiten te noemen, een bowling-middag op 31 mei jl. en een voetbal (uit-) wedstrijd op 8 juni, helemaal op Wonosari.
En uitgerekend dat uitje heeft zo’n indruk op me gemaakt, omdat we, afgezien het feit we in een kapotte lijnbus naar Wonosari werden vervoerd, de plaats Wonosari zelf mij terugbracht naar mijn jeugd in Commewijne.
Wonosari ligt in het zuid-oostelijk deel van Yogyakarta op 2 uren rijden afstand. Het blijkt te liggen op de bergen zelf, Gunung Kidul dacht ik, en voor zover ik heb geobserveerd doet men aan landbouw, en plant men hoofdzakelijk cassave (singkong), pinda’s (kacang tanah), bananen (pisang kepok) en soya (kedelai).
Bij onze aankomst op de plek waar de match zou plaatsvinden werden we verwelkomd met typisch ouderwetse gamelan muziek, dezelfde die ik van Suriname ken, kregen we hete zoete thee en uiteraard de eerder genoemde gewassen geserveerd. Zo lekker ouderwets net als op boiti, en natuurlijk hebben wij Surinamers alles binnen korte tijd opgegeten, want zoiets eet je niet elke dag, zelfs ook niet eens in Suriname. Op de koop toe werden we vergast met een dansoptreden van 8 kindertjes die op paardjes gemaakt van riet (net als jaran kepang) leuke bewegingen maakten, die ik herkende van de dansjes in Suriname.
Helaas heeft de groep wreed verloren van de tegenstander, maar da’s niet erg, want we hebben een beetje boiti mogen meemaken op Wonosari. Op de terugweg konden we van een prachtige “Jogja by night” genieten, deed me even denken aan het zien van Paramaribo wanneer je over de Wijdenboschbrug rijdt vanuit Commewijne, alleen zie je 100 keer meer lichtjes.

Intussen hebben we de taal ook eigen gemaakt dat we thuis zelfs Indonesisch praten met elkaar als we niet op Nederlandse woorden kunnen vallen. Eigenlijk is dat wel vreselijk, maar toch een beetje grappig, omdat we in het begin heel moeilijk Indonesisch konden verstaan, want blijkt dat er een formele taal bestaat en een informele (bahasa Gaul = omgangstaal). Het is goed om de formele taal te leren, maar wanneer je die bezigt op straat kijkt iedereen je vreemd aan. Dat overkomt ons nu niet meer.

Wat ons ook steeds minder overkomt, is de vraag die wordt gesteld zodra we eenmaal beginnen te praten, nl. Asli dari mana? (Van waar ben je afkomstig?) En ook al zeggen we voor de grap dat we origineel van Jogja zijn, zeggen ze gelijk dat ze aan onze accent horen dat we orang asing (buitenlanders) zijn. En wanneer ze ook eenmaal weten dat we Surinamers zijn..... vragen ze gelijk of we Javaans kunnen praten, want of ze weten dat er ooit Javanen naar een ander land zijn gebracht door de Hollanders of ze denken dat Javaans de officiele taal is van Suriname. Sommigen denken dat Suriname in Europa, nl. in Nederland ligt en anderen denken weer dat Suriname in de VS ligt wanneer we uitleggen dat ons land in Amerika Selatan (Zuid-Amerika) ligt.
Of wanneer ze horen dat we uit Suriname afkomstig zijn, noemen ze gelijk de namen van bekende Nederlandse voetballers die van Surinaamse origine zijn, in het bijzonder Ruud Gullit. Tsjonge, die man wordt letterlijk en figuurlijk aanbeden door de Indonesiers! Ze denken zelfs dat zijn voorouders van Papua moeten zijn en hij dus Indonesische roots heeft! En nu nog mooier met de EK2008, want dan hoopte iedereen dat Nederland kampioen wordt. Raar eigenlijk, want de meeste Indonesiers hebben geen goed woordje over als het op Nederland aankomt, niet alleen vanwege de historische trauma die ze hebben opgelopen, maar ook het incident van Geert Wilders, laatst.

Het nadeel van buitenlander zijn in dit land is dat je niet rustig je inkopen kan doen, bv. op de markt. Je wordt makkelijk gezakrold (niet alleen als buitenlander, maar blijkt dat de meeste studenten al gezakrold zijn geworden), de prijzen worden opgedreven (hebben we aan de lijve ondervonden in Bali) en je hebt geen ervaring, laatstaan verstand van prijsafdinging (tawar menawar).
Ik kan er soms zo goed ballorig van worden wanneer verkopers je tweemaal de prijs vragen en toch beweren dat het harga pas/net (netto-bedrag) is. Marciano vindt het soms leuk om af te dingen, maar ik heb daar nooit zin in.
Verder denkt iedereen dat je toerist bent, dus je zal wel bogobogo moni hebben, maar tja, helaas blijkt het tegendeel, dus geen vette pot te halen bij ons.

We hebben ook een aantal plaatsen mogen zien, waaronder Jakarta en de gigantische Malls en indrukwekkende bouwwerken, Sea World Indonesia in Ancol, Puncak in Bogor (waar vroeger de Nederlanders hun villa’s hadden en waar thee wordt geteeld), waren we met de Counselor van de Surinaamse Ambassade en diens echtgenote op 1ste Kerstdag verdwaald onderweg naar een kerstviering in Bintaro, heb ik sawa’s gezien die nog steeds ouderwets beplant worden toen we met de trein reisden naar en van Jakarta.
We zijn ook naar een van de beaches geweest, nl. pantai Parangtritis, hebben Bantul ook mogen meemaken “by night & in the rain”. Zijn we ook nog twee keren geweest naar Solo, waar we Didi Kempot ook nog hebben ontmoet, hebben we Borobudur gezien, Ketep Volcano Centre, Merapi Vulkaan (van dichtbij vanuit Kali Adem), hebben we ook nog de Keraton van Sri Sultan Hamengku Buwono X bezocht en Tamansari (het voormalig buitenplekje van de Sultan waar heel vroeger de sultan van zijn concubines genoot) en mochten we een stukje van Kasongan zien, waar alle aardewerk van Jogja komt. En als toppunt van dit alles zijn we per bus naar Bali geweest en hebben we onderweg ook een aantal plaatsen gezien.
Ach, er valt nog meer te zien en dat zal tezijnertijd wel gebeuren, want we zijn er nog voor een hele poos.

Al met al kan gezegd worden dat we op een heel luchtige manier genieten van dit land.
Ik mag verklappen dat ik ook qua culinaire behendigheid veel flinker ben, want geloof het of niet, ik heb 100 porties moksi alesi weten te verkopen op de Internationale Culinaire Dag die werd georganiseerd door UGM, ook al waren het kleine porties. Ik kan nu verschillende soorten sambal maken, w.o sambal pecel, sambel bami, sambel tempe en zelfs perkedel weet ik nu ook te maken (dus mi flink no law, maar een klein verzoek, he, geen bestellingen plaatsen bij mijn terugkeer in Suriname, want dan houdt het nooit op).

Verder heb ik ook echte originele Javaanse danskunst van dichtbij mogen meemaken, tja, kan ook niet anders, want hier is DE bron. Heb ik ontdekt dat gamelanmuziek en wayangspel heus niet saai hoeven te zijn.
Hebben we ook gezien wat echte armoede is en heuze milieuvervuiling op hoog niveau.
Kleine kindertjes (en ik schat ze tussen de 3 en 6 jaar) die tot ’s avonds laat, uiteraard op instrueren van ouderen, in zon en regen voor een fooitje een zelfgemaakte rammelaar schudden en zingen of die de modderkap van je motor komen poetsen. Vuilverzamelaars die wanneer je net je vuil buiten hebt gezet voor de ophaaldienst in je zak gaan rommelen om te zien of er nog iets verzamelbaar (en herstelbaar en verkoopbaar) te vinden is. Senioren van boven de 70 jaar die nog planten in de sawa of gras snijden voor hun vee en de grote bundel gras op hun rug de berg op of af dragen. Mensen die restjes rijst in de zon drogen om die later te stomen, zodat ze weer te eten hebben, met als gevolg dat vele kinderen lijden aan “malnutrition”.
Kortom, onze aanwezigheid in dit land doet vele boekdelen voor ons opengaan van iets waar we alleen van durfden te dromen en wat we slechts van de televisie konden waarnemen.
Maar ik geloof dat dit stuk in ons leven ons rijper maakt in ons denken en ik ben daarom God dankbaar dat ik dit alles in deze fase van mijn leven mag ervaren.

9 maanden later na ons huwelijk heeft ons niet alleen veel geleerd, maar ook dichter dan ooit bij elkaar gebracht, heeft ons geleerd de kleine dingen in het leven te waarderen en doen beseffen dat wij gezegende kinderen zijn van God. Daarnaast heeft het ons ook geleerd meer liefde en respect op te brengen voor elkaar en onze naasten. Weliswaar zijn deze 9 maanden nog geen klein lief knuffelbaar bundeltje zegen, maar dit is ook waardevol, en wie weet, komt er toch nog een “Buah hati” bijkijken na nog eens 9 maanden of langer.