35 years of my existence!!
35 years ago I was born on the weekend of Father's Day. It all happened at home and my dad was the midwife's assistant.
Now we're 35 years further and so much has happened in my life.
But that's how life is, full of mysteries, surprises, disappointments, happy moments, less happy moments, but point is, we have to learn from it all.
I know I have and yet I'm still learning, because living life is a learning process.
To all my friends and family who've taken a second of effort to wish me all the best on this day, I say thank you!!
May our Creator and Faithful Leader bless you all abundantly always and forever!!
This day will pass as simple as the day I was born.....peaceful, without dyugu-dyugu, in the company of my dear sweet husband....the love of my life.
Once again, thank you all for the wishes, either thru sms, Whatsapp, FB-chat or just on my timeline or your phone-call!!
God Bless You!!
maandag 18 juni 2012
zondag 5 februari 2012
Inspired....
Yep, I'm back...and this time I'm writing in English...totally inspired by my friend Radith (just call him Rad or Adit).
It's been a few days that I've been visiting his blog, and then I remembered that I also had and still have one that I actually haven't looked at in a long time. So out of boredom, I visited my own blog and realized that I had (and hopefully still have!!) writing skills.
My friends who frequently visit my blog often asked me for an update and my excuse has always been..."I have a writer's block." But did I really have a writer's block or was I just too lazy to open my laptop and to start thinking?? I guess the latter might have happened to me, so yes....blame it all on me...
So today I wanna start, or at least make an effort to write again. Even if it was about my plants that I got from friends and family when we moved to our new house, or about some annoying dog that poops every morning in the front yard....ARRGGGHHHH!!! The goal for this year is to write, just write about something.
For now that will be all, because my eyes are startin' to become very heavy and it's 2.10h in the morning and I'll be having a superlong day ahead.
So, thanks for taking time to visit, taking time to read and hopefully this won't be your last time.
Saluting from the Captain's House of Dasai!!
Murni
It's been a few days that I've been visiting his blog, and then I remembered that I also had and still have one that I actually haven't looked at in a long time. So out of boredom, I visited my own blog and realized that I had (and hopefully still have!!) writing skills.
My friends who frequently visit my blog often asked me for an update and my excuse has always been..."I have a writer's block." But did I really have a writer's block or was I just too lazy to open my laptop and to start thinking?? I guess the latter might have happened to me, so yes....blame it all on me...
So today I wanna start, or at least make an effort to write again. Even if it was about my plants that I got from friends and family when we moved to our new house, or about some annoying dog that poops every morning in the front yard....ARRGGGHHHH!!! The goal for this year is to write, just write about something.
For now that will be all, because my eyes are startin' to become very heavy and it's 2.10h in the morning and I'll be having a superlong day ahead.
So, thanks for taking time to visit, taking time to read and hopefully this won't be your last time.
Saluting from the Captain's House of Dasai!!
Murni
maandag 7 juli 2008
Het resultaat van 9 maanden
Zoals eerder verteld zijn Marciano en ik op 1 september 2007 getrouwd en vertrokken we gelijk na 11 dagen naar Indonesie.
Vandaag is het 7 juli, dat wil dus zeggen dat we intussen meer dan 9 maanden verder zijn.
Wat is het resultaat van 9 maanden Indonesie?
Binnen 9 maanden hebben we enorm veel vrienden kunnen maken, te beginnen bij de reeds hier residerende Surinamers, de klasgenoten van Marciano, onze buren en uiteraard ook andere Indonesiers die we hebben leren kennen. Inmiddels is deze vriendenkring ook uitgebreid met andere buitenlandse studenten die ook een beurs genieten en voor bepaalde tijd in Jogja vertoeven. Deze studenten zijn verenigd in een organisatie, ISANAM, -waarvan Marciano vrij recentelijk tot Vice-President is verkozen-, en van tijd tot tijd worden leuke evenementen georganiseerd om de saamhorigheid te bevorderen en te onderhouden.
Om een paar van de meest recent gehouden activiteiten te noemen, een bowling-middag op 31 mei jl. en een voetbal (uit-) wedstrijd op 8 juni, helemaal op Wonosari.
En uitgerekend dat uitje heeft zo’n indruk op me gemaakt, omdat we, afgezien het feit we in een kapotte lijnbus naar Wonosari werden vervoerd, de plaats Wonosari zelf mij terugbracht naar mijn jeugd in Commewijne.
Wonosari ligt in het zuid-oostelijk deel van Yogyakarta op 2 uren rijden afstand. Het blijkt te liggen op de bergen zelf, Gunung Kidul dacht ik, en voor zover ik heb geobserveerd doet men aan landbouw, en plant men hoofdzakelijk cassave (singkong), pinda’s (kacang tanah), bananen (pisang kepok) en soya (kedelai).
Bij onze aankomst op de plek waar de match zou plaatsvinden werden we verwelkomd met typisch ouderwetse gamelan muziek, dezelfde die ik van Suriname ken, kregen we hete zoete thee en uiteraard de eerder genoemde gewassen geserveerd. Zo lekker ouderwets net als op boiti, en natuurlijk hebben wij Surinamers alles binnen korte tijd opgegeten, want zoiets eet je niet elke dag, zelfs ook niet eens in Suriname. Op de koop toe werden we vergast met een dansoptreden van 8 kindertjes die op paardjes gemaakt van riet (net als jaran kepang) leuke bewegingen maakten, die ik herkende van de dansjes in Suriname.
Helaas heeft de groep wreed verloren van de tegenstander, maar da’s niet erg, want we hebben een beetje boiti mogen meemaken op Wonosari. Op de terugweg konden we van een prachtige “Jogja by night” genieten, deed me even denken aan het zien van Paramaribo wanneer je over de Wijdenboschbrug rijdt vanuit Commewijne, alleen zie je 100 keer meer lichtjes.
Intussen hebben we de taal ook eigen gemaakt dat we thuis zelfs Indonesisch praten met elkaar als we niet op Nederlandse woorden kunnen vallen. Eigenlijk is dat wel vreselijk, maar toch een beetje grappig, omdat we in het begin heel moeilijk Indonesisch konden verstaan, want blijkt dat er een formele taal bestaat en een informele (bahasa Gaul = omgangstaal). Het is goed om de formele taal te leren, maar wanneer je die bezigt op straat kijkt iedereen je vreemd aan. Dat overkomt ons nu niet meer.
Wat ons ook steeds minder overkomt, is de vraag die wordt gesteld zodra we eenmaal beginnen te praten, nl. Asli dari mana? (Van waar ben je afkomstig?) En ook al zeggen we voor de grap dat we origineel van Jogja zijn, zeggen ze gelijk dat ze aan onze accent horen dat we orang asing (buitenlanders) zijn. En wanneer ze ook eenmaal weten dat we Surinamers zijn..... vragen ze gelijk of we Javaans kunnen praten, want of ze weten dat er ooit Javanen naar een ander land zijn gebracht door de Hollanders of ze denken dat Javaans de officiele taal is van Suriname. Sommigen denken dat Suriname in Europa, nl. in Nederland ligt en anderen denken weer dat Suriname in de VS ligt wanneer we uitleggen dat ons land in Amerika Selatan (Zuid-Amerika) ligt.
Of wanneer ze horen dat we uit Suriname afkomstig zijn, noemen ze gelijk de namen van bekende Nederlandse voetballers die van Surinaamse origine zijn, in het bijzonder Ruud Gullit. Tsjonge, die man wordt letterlijk en figuurlijk aanbeden door de Indonesiers! Ze denken zelfs dat zijn voorouders van Papua moeten zijn en hij dus Indonesische roots heeft! En nu nog mooier met de EK2008, want dan hoopte iedereen dat Nederland kampioen wordt. Raar eigenlijk, want de meeste Indonesiers hebben geen goed woordje over als het op Nederland aankomt, niet alleen vanwege de historische trauma die ze hebben opgelopen, maar ook het incident van Geert Wilders, laatst.
Het nadeel van buitenlander zijn in dit land is dat je niet rustig je inkopen kan doen, bv. op de markt. Je wordt makkelijk gezakrold (niet alleen als buitenlander, maar blijkt dat de meeste studenten al gezakrold zijn geworden), de prijzen worden opgedreven (hebben we aan de lijve ondervonden in Bali) en je hebt geen ervaring, laatstaan verstand van prijsafdinging (tawar menawar).
Ik kan er soms zo goed ballorig van worden wanneer verkopers je tweemaal de prijs vragen en toch beweren dat het harga pas/net (netto-bedrag) is. Marciano vindt het soms leuk om af te dingen, maar ik heb daar nooit zin in.
Verder denkt iedereen dat je toerist bent, dus je zal wel bogobogo moni hebben, maar tja, helaas blijkt het tegendeel, dus geen vette pot te halen bij ons.
We hebben ook een aantal plaatsen mogen zien, waaronder Jakarta en de gigantische Malls en indrukwekkende bouwwerken, Sea World Indonesia in Ancol, Puncak in Bogor (waar vroeger de Nederlanders hun villa’s hadden en waar thee wordt geteeld), waren we met de Counselor van de Surinaamse Ambassade en diens echtgenote op 1ste Kerstdag verdwaald onderweg naar een kerstviering in Bintaro, heb ik sawa’s gezien die nog steeds ouderwets beplant worden toen we met de trein reisden naar en van Jakarta.
We zijn ook naar een van de beaches geweest, nl. pantai Parangtritis, hebben Bantul ook mogen meemaken “by night & in the rain”. Zijn we ook nog twee keren geweest naar Solo, waar we Didi Kempot ook nog hebben ontmoet, hebben we Borobudur gezien, Ketep Volcano Centre, Merapi Vulkaan (van dichtbij vanuit Kali Adem), hebben we ook nog de Keraton van Sri Sultan Hamengku Buwono X bezocht en Tamansari (het voormalig buitenplekje van de Sultan waar heel vroeger de sultan van zijn concubines genoot) en mochten we een stukje van Kasongan zien, waar alle aardewerk van Jogja komt. En als toppunt van dit alles zijn we per bus naar Bali geweest en hebben we onderweg ook een aantal plaatsen gezien.
Ach, er valt nog meer te zien en dat zal tezijnertijd wel gebeuren, want we zijn er nog voor een hele poos.
Al met al kan gezegd worden dat we op een heel luchtige manier genieten van dit land.
Ik mag verklappen dat ik ook qua culinaire behendigheid veel flinker ben, want geloof het of niet, ik heb 100 porties moksi alesi weten te verkopen op de Internationale Culinaire Dag die werd georganiseerd door UGM, ook al waren het kleine porties. Ik kan nu verschillende soorten sambal maken, w.o sambal pecel, sambel bami, sambel tempe en zelfs perkedel weet ik nu ook te maken (dus mi flink no law, maar een klein verzoek, he, geen bestellingen plaatsen bij mijn terugkeer in Suriname, want dan houdt het nooit op).
Verder heb ik ook echte originele Javaanse danskunst van dichtbij mogen meemaken, tja, kan ook niet anders, want hier is DE bron. Heb ik ontdekt dat gamelanmuziek en wayangspel heus niet saai hoeven te zijn.
Hebben we ook gezien wat echte armoede is en heuze milieuvervuiling op hoog niveau.
Kleine kindertjes (en ik schat ze tussen de 3 en 6 jaar) die tot ’s avonds laat, uiteraard op instrueren van ouderen, in zon en regen voor een fooitje een zelfgemaakte rammelaar schudden en zingen of die de modderkap van je motor komen poetsen. Vuilverzamelaars die wanneer je net je vuil buiten hebt gezet voor de ophaaldienst in je zak gaan rommelen om te zien of er nog iets verzamelbaar (en herstelbaar en verkoopbaar) te vinden is. Senioren van boven de 70 jaar die nog planten in de sawa of gras snijden voor hun vee en de grote bundel gras op hun rug de berg op of af dragen. Mensen die restjes rijst in de zon drogen om die later te stomen, zodat ze weer te eten hebben, met als gevolg dat vele kinderen lijden aan “malnutrition”.
Kortom, onze aanwezigheid in dit land doet vele boekdelen voor ons opengaan van iets waar we alleen van durfden te dromen en wat we slechts van de televisie konden waarnemen.
Maar ik geloof dat dit stuk in ons leven ons rijper maakt in ons denken en ik ben daarom God dankbaar dat ik dit alles in deze fase van mijn leven mag ervaren.
9 maanden later na ons huwelijk heeft ons niet alleen veel geleerd, maar ook dichter dan ooit bij elkaar gebracht, heeft ons geleerd de kleine dingen in het leven te waarderen en doen beseffen dat wij gezegende kinderen zijn van God. Daarnaast heeft het ons ook geleerd meer liefde en respect op te brengen voor elkaar en onze naasten. Weliswaar zijn deze 9 maanden nog geen klein lief knuffelbaar bundeltje zegen, maar dit is ook waardevol, en wie weet, komt er toch nog een “Buah hati” bijkijken na nog eens 9 maanden of langer.
Vandaag is het 7 juli, dat wil dus zeggen dat we intussen meer dan 9 maanden verder zijn.
Wat is het resultaat van 9 maanden Indonesie?
Binnen 9 maanden hebben we enorm veel vrienden kunnen maken, te beginnen bij de reeds hier residerende Surinamers, de klasgenoten van Marciano, onze buren en uiteraard ook andere Indonesiers die we hebben leren kennen. Inmiddels is deze vriendenkring ook uitgebreid met andere buitenlandse studenten die ook een beurs genieten en voor bepaalde tijd in Jogja vertoeven. Deze studenten zijn verenigd in een organisatie, ISANAM, -waarvan Marciano vrij recentelijk tot Vice-President is verkozen-, en van tijd tot tijd worden leuke evenementen georganiseerd om de saamhorigheid te bevorderen en te onderhouden.
Om een paar van de meest recent gehouden activiteiten te noemen, een bowling-middag op 31 mei jl. en een voetbal (uit-) wedstrijd op 8 juni, helemaal op Wonosari.
En uitgerekend dat uitje heeft zo’n indruk op me gemaakt, omdat we, afgezien het feit we in een kapotte lijnbus naar Wonosari werden vervoerd, de plaats Wonosari zelf mij terugbracht naar mijn jeugd in Commewijne.
Wonosari ligt in het zuid-oostelijk deel van Yogyakarta op 2 uren rijden afstand. Het blijkt te liggen op de bergen zelf, Gunung Kidul dacht ik, en voor zover ik heb geobserveerd doet men aan landbouw, en plant men hoofdzakelijk cassave (singkong), pinda’s (kacang tanah), bananen (pisang kepok) en soya (kedelai).
Bij onze aankomst op de plek waar de match zou plaatsvinden werden we verwelkomd met typisch ouderwetse gamelan muziek, dezelfde die ik van Suriname ken, kregen we hete zoete thee en uiteraard de eerder genoemde gewassen geserveerd. Zo lekker ouderwets net als op boiti, en natuurlijk hebben wij Surinamers alles binnen korte tijd opgegeten, want zoiets eet je niet elke dag, zelfs ook niet eens in Suriname. Op de koop toe werden we vergast met een dansoptreden van 8 kindertjes die op paardjes gemaakt van riet (net als jaran kepang) leuke bewegingen maakten, die ik herkende van de dansjes in Suriname.
Helaas heeft de groep wreed verloren van de tegenstander, maar da’s niet erg, want we hebben een beetje boiti mogen meemaken op Wonosari. Op de terugweg konden we van een prachtige “Jogja by night” genieten, deed me even denken aan het zien van Paramaribo wanneer je over de Wijdenboschbrug rijdt vanuit Commewijne, alleen zie je 100 keer meer lichtjes.
Intussen hebben we de taal ook eigen gemaakt dat we thuis zelfs Indonesisch praten met elkaar als we niet op Nederlandse woorden kunnen vallen. Eigenlijk is dat wel vreselijk, maar toch een beetje grappig, omdat we in het begin heel moeilijk Indonesisch konden verstaan, want blijkt dat er een formele taal bestaat en een informele (bahasa Gaul = omgangstaal). Het is goed om de formele taal te leren, maar wanneer je die bezigt op straat kijkt iedereen je vreemd aan. Dat overkomt ons nu niet meer.
Wat ons ook steeds minder overkomt, is de vraag die wordt gesteld zodra we eenmaal beginnen te praten, nl. Asli dari mana? (Van waar ben je afkomstig?) En ook al zeggen we voor de grap dat we origineel van Jogja zijn, zeggen ze gelijk dat ze aan onze accent horen dat we orang asing (buitenlanders) zijn. En wanneer ze ook eenmaal weten dat we Surinamers zijn..... vragen ze gelijk of we Javaans kunnen praten, want of ze weten dat er ooit Javanen naar een ander land zijn gebracht door de Hollanders of ze denken dat Javaans de officiele taal is van Suriname. Sommigen denken dat Suriname in Europa, nl. in Nederland ligt en anderen denken weer dat Suriname in de VS ligt wanneer we uitleggen dat ons land in Amerika Selatan (Zuid-Amerika) ligt.
Of wanneer ze horen dat we uit Suriname afkomstig zijn, noemen ze gelijk de namen van bekende Nederlandse voetballers die van Surinaamse origine zijn, in het bijzonder Ruud Gullit. Tsjonge, die man wordt letterlijk en figuurlijk aanbeden door de Indonesiers! Ze denken zelfs dat zijn voorouders van Papua moeten zijn en hij dus Indonesische roots heeft! En nu nog mooier met de EK2008, want dan hoopte iedereen dat Nederland kampioen wordt. Raar eigenlijk, want de meeste Indonesiers hebben geen goed woordje over als het op Nederland aankomt, niet alleen vanwege de historische trauma die ze hebben opgelopen, maar ook het incident van Geert Wilders, laatst.
Het nadeel van buitenlander zijn in dit land is dat je niet rustig je inkopen kan doen, bv. op de markt. Je wordt makkelijk gezakrold (niet alleen als buitenlander, maar blijkt dat de meeste studenten al gezakrold zijn geworden), de prijzen worden opgedreven (hebben we aan de lijve ondervonden in Bali) en je hebt geen ervaring, laatstaan verstand van prijsafdinging (tawar menawar).
Ik kan er soms zo goed ballorig van worden wanneer verkopers je tweemaal de prijs vragen en toch beweren dat het harga pas/net (netto-bedrag) is. Marciano vindt het soms leuk om af te dingen, maar ik heb daar nooit zin in.
Verder denkt iedereen dat je toerist bent, dus je zal wel bogobogo moni hebben, maar tja, helaas blijkt het tegendeel, dus geen vette pot te halen bij ons.
We hebben ook een aantal plaatsen mogen zien, waaronder Jakarta en de gigantische Malls en indrukwekkende bouwwerken, Sea World Indonesia in Ancol, Puncak in Bogor (waar vroeger de Nederlanders hun villa’s hadden en waar thee wordt geteeld), waren we met de Counselor van de Surinaamse Ambassade en diens echtgenote op 1ste Kerstdag verdwaald onderweg naar een kerstviering in Bintaro, heb ik sawa’s gezien die nog steeds ouderwets beplant worden toen we met de trein reisden naar en van Jakarta.
We zijn ook naar een van de beaches geweest, nl. pantai Parangtritis, hebben Bantul ook mogen meemaken “by night & in the rain”. Zijn we ook nog twee keren geweest naar Solo, waar we Didi Kempot ook nog hebben ontmoet, hebben we Borobudur gezien, Ketep Volcano Centre, Merapi Vulkaan (van dichtbij vanuit Kali Adem), hebben we ook nog de Keraton van Sri Sultan Hamengku Buwono X bezocht en Tamansari (het voormalig buitenplekje van de Sultan waar heel vroeger de sultan van zijn concubines genoot) en mochten we een stukje van Kasongan zien, waar alle aardewerk van Jogja komt. En als toppunt van dit alles zijn we per bus naar Bali geweest en hebben we onderweg ook een aantal plaatsen gezien.
Ach, er valt nog meer te zien en dat zal tezijnertijd wel gebeuren, want we zijn er nog voor een hele poos.
Al met al kan gezegd worden dat we op een heel luchtige manier genieten van dit land.
Ik mag verklappen dat ik ook qua culinaire behendigheid veel flinker ben, want geloof het of niet, ik heb 100 porties moksi alesi weten te verkopen op de Internationale Culinaire Dag die werd georganiseerd door UGM, ook al waren het kleine porties. Ik kan nu verschillende soorten sambal maken, w.o sambal pecel, sambel bami, sambel tempe en zelfs perkedel weet ik nu ook te maken (dus mi flink no law, maar een klein verzoek, he, geen bestellingen plaatsen bij mijn terugkeer in Suriname, want dan houdt het nooit op).
Verder heb ik ook echte originele Javaanse danskunst van dichtbij mogen meemaken, tja, kan ook niet anders, want hier is DE bron. Heb ik ontdekt dat gamelanmuziek en wayangspel heus niet saai hoeven te zijn.
Hebben we ook gezien wat echte armoede is en heuze milieuvervuiling op hoog niveau.
Kleine kindertjes (en ik schat ze tussen de 3 en 6 jaar) die tot ’s avonds laat, uiteraard op instrueren van ouderen, in zon en regen voor een fooitje een zelfgemaakte rammelaar schudden en zingen of die de modderkap van je motor komen poetsen. Vuilverzamelaars die wanneer je net je vuil buiten hebt gezet voor de ophaaldienst in je zak gaan rommelen om te zien of er nog iets verzamelbaar (en herstelbaar en verkoopbaar) te vinden is. Senioren van boven de 70 jaar die nog planten in de sawa of gras snijden voor hun vee en de grote bundel gras op hun rug de berg op of af dragen. Mensen die restjes rijst in de zon drogen om die later te stomen, zodat ze weer te eten hebben, met als gevolg dat vele kinderen lijden aan “malnutrition”.
Kortom, onze aanwezigheid in dit land doet vele boekdelen voor ons opengaan van iets waar we alleen van durfden te dromen en wat we slechts van de televisie konden waarnemen.
Maar ik geloof dat dit stuk in ons leven ons rijper maakt in ons denken en ik ben daarom God dankbaar dat ik dit alles in deze fase van mijn leven mag ervaren.
9 maanden later na ons huwelijk heeft ons niet alleen veel geleerd, maar ook dichter dan ooit bij elkaar gebracht, heeft ons geleerd de kleine dingen in het leven te waarderen en doen beseffen dat wij gezegende kinderen zijn van God. Daarnaast heeft het ons ook geleerd meer liefde en respect op te brengen voor elkaar en onze naasten. Weliswaar zijn deze 9 maanden nog geen klein lief knuffelbaar bundeltje zegen, maar dit is ook waardevol, en wie weet, komt er toch nog een “Buah hati” bijkijken na nog eens 9 maanden of langer.
maandag 2 juni 2008
Love story
Be mine on Valentine’s Day!
Op 14 februari jl mochten we Valentijnsdag vieren. En alhoewel het al meer dan een maand geleden Valentijnsdag was, wil ik dit verhaal toch kwijt, omdat het op een of andere manier indruk heeft gemaakt op mij.
Op die dag krijgt een ieder de kans om extra lief te zijn voor elkaar, de dag romantisch door te brengen en om aan al je vrienden, kennissen, familieleden, collega’s je dank te uiten voor hun liefde en vriendschap die ze met je willen delen.
Speciale plannen voor die dag hadden we helemaal niet, terwijl wij het al die negen jaren van verkering wel hebben gedaan. Ik zou wel extra lekker koken voor manneke-lief en samen gezellig onder het genot van een kopje koffie en/of thee die avond op de bank doorbrengen, terwijl we ons zouden amuseren met een andere aflevering van American Idol 7.
En wanneer we net een paar dagen voor Valentijnsdag naar het internet café gaan om onze mailtjes te checken, wordt ik door het personeel van het café gefeliciteerd, omdat ik één van de hoofdprijzen had gewonnen van hun Valentijns actie, nl. een diner voor twee bij Dixie’s, voor mijn begrippen een nogal duur restaurant.
Ooooh...leuk, dacht ik, hoefde ik niet meer uitgebreid te koken en mijn man slechts tevreden te stellen met een “snelle pot”.
De dag brak aan en romantischer kon het echt niet beginnen, want ik ontwaakte in de grote gespierde armen van mijn “buffed-up guy” en toen ik al goed was bijgekomen, wenste ik hem met mijn ochtendmondje (baba) een “Happy Valentine’s day” toe, wat hij dankbaar antwoordde met een stevige brasa en een kus. Goh, onze eerste Valentijnsdag als getrouwd stel! Mooier kon het niet! Nadat ik mijn dagelijkse routine heb verricht, w.o. eieren koken, pap maken, broodje beleggen, koffie, thee en yoghurt klaarzetten en we lekker hebben ontbeten, vertrok hij naar UGM, want op Valentijnsdag gaat alles overal ter wereld normaal door.
Die ochtend ging voorbij alsof er niks gaande was. Wel werd op tv extra aandacht geschonken aan Valentijnsdag en deed iedereen op tv (bijna klef zou je zeggen) lief tegen elkaar.
En tegen 17.00u. begon het te regenen, - wat zei ik? -, nee, het begon te stormen. Tegen 18.30u. kwam de huisbaas even langs vanwege een kleine storing met onze electriciteitstoevoer en nadat hij tegen 19.15u. vertrok in die harde regen, dacht ik me eindelijk klaar te maken voor American Idol 7, waarna we tegen 21.00u. zouden gaan dineren bij Dixie’s.
Het bleef hard regenen en het leek er op dat het echt niet zou stoppen. Door die keiharde stortbui was geen kip op straat te bekennen en de druppels uit de hemel ratelden zo hard op de dakpannen dat we de volume van de tv moesten opvoeren, anders zouden we het programma niet zo best kunnen volgen. Toen het programma bijna ten einde was, dacht ik me op te maken voor het diner, maar voelde me niet echt lekker, want ik had niet zoveel zin om in die plensende regen te rijden op onze motor.
Desondanks maakte ik voort en toen Baby naar buiten ging om zijn schoenen te pakken, zag ie de poort wijd open staan. CONSTERNATIE ALOM!! Hij rende naar de garage....gelukkig, de motor was er nog! Toen ie het huis weer binnen zou treden zag hij zijn schoenen niet staan waar hij ze voor het laatst had gelaten, terwijl die er nog waren toen de huisbaas vertrok. Hij kon zijn ogen niet geloven!!! Enerzijds voelde hij zich schuldig, omdat hij zijn schoenen niet gelijk naar binnen had gebracht, maar anderzijds was ie zo kwaad, vreselijk kwaad op die vrijpostige dief, dat hij zijn uitgaanskleren inruilde voor een short en een t-shirt, zijn mantel erover droeg en op de motor de dief probeerde achterna te gaan. Helaas....de vogel was allang gevlogen.
Teleurgesteld kwam hij thuis.
Maar niks mocht de pret drukken, dus zijn we rustig met onze mantels aan en schoenen in een plastic tas, blootsvoets in die plensende regen naar Dixie’s gereden.
Ik dacht op weg naar het restaurant hoeveel ik wel van deze man moet houden dat ik ons huis in Suriname, mijn familie en vrienden heb gelaten, op onbetaald verlof voor onbepaalde tijd ben om hem te ondersteunen tijdens zijn studie in Indonesië, dat we in een vreemd land geconfronteerd raken met diefstal en op de koop op Valentijnsdag in de regen gaan dineren.
Maar dat geeft helemaal niet, want dat is een van de essentiële dingen die je als mens, maar bovendien als echtpaar vormt, dichter bij elkaar brengt en ook nog leert de kleine dingen in het leven beter te waarderen.
Wat is liefde toch geduldig!!
Op 14 februari jl mochten we Valentijnsdag vieren. En alhoewel het al meer dan een maand geleden Valentijnsdag was, wil ik dit verhaal toch kwijt, omdat het op een of andere manier indruk heeft gemaakt op mij.
Op die dag krijgt een ieder de kans om extra lief te zijn voor elkaar, de dag romantisch door te brengen en om aan al je vrienden, kennissen, familieleden, collega’s je dank te uiten voor hun liefde en vriendschap die ze met je willen delen.
Speciale plannen voor die dag hadden we helemaal niet, terwijl wij het al die negen jaren van verkering wel hebben gedaan. Ik zou wel extra lekker koken voor manneke-lief en samen gezellig onder het genot van een kopje koffie en/of thee die avond op de bank doorbrengen, terwijl we ons zouden amuseren met een andere aflevering van American Idol 7.
En wanneer we net een paar dagen voor Valentijnsdag naar het internet café gaan om onze mailtjes te checken, wordt ik door het personeel van het café gefeliciteerd, omdat ik één van de hoofdprijzen had gewonnen van hun Valentijns actie, nl. een diner voor twee bij Dixie’s, voor mijn begrippen een nogal duur restaurant.
Ooooh...leuk, dacht ik, hoefde ik niet meer uitgebreid te koken en mijn man slechts tevreden te stellen met een “snelle pot”.
De dag brak aan en romantischer kon het echt niet beginnen, want ik ontwaakte in de grote gespierde armen van mijn “buffed-up guy” en toen ik al goed was bijgekomen, wenste ik hem met mijn ochtendmondje (baba) een “Happy Valentine’s day” toe, wat hij dankbaar antwoordde met een stevige brasa en een kus. Goh, onze eerste Valentijnsdag als getrouwd stel! Mooier kon het niet! Nadat ik mijn dagelijkse routine heb verricht, w.o. eieren koken, pap maken, broodje beleggen, koffie, thee en yoghurt klaarzetten en we lekker hebben ontbeten, vertrok hij naar UGM, want op Valentijnsdag gaat alles overal ter wereld normaal door.
Die ochtend ging voorbij alsof er niks gaande was. Wel werd op tv extra aandacht geschonken aan Valentijnsdag en deed iedereen op tv (bijna klef zou je zeggen) lief tegen elkaar.
En tegen 17.00u. begon het te regenen, - wat zei ik? -, nee, het begon te stormen. Tegen 18.30u. kwam de huisbaas even langs vanwege een kleine storing met onze electriciteitstoevoer en nadat hij tegen 19.15u. vertrok in die harde regen, dacht ik me eindelijk klaar te maken voor American Idol 7, waarna we tegen 21.00u. zouden gaan dineren bij Dixie’s.
Het bleef hard regenen en het leek er op dat het echt niet zou stoppen. Door die keiharde stortbui was geen kip op straat te bekennen en de druppels uit de hemel ratelden zo hard op de dakpannen dat we de volume van de tv moesten opvoeren, anders zouden we het programma niet zo best kunnen volgen. Toen het programma bijna ten einde was, dacht ik me op te maken voor het diner, maar voelde me niet echt lekker, want ik had niet zoveel zin om in die plensende regen te rijden op onze motor.
Desondanks maakte ik voort en toen Baby naar buiten ging om zijn schoenen te pakken, zag ie de poort wijd open staan. CONSTERNATIE ALOM!! Hij rende naar de garage....gelukkig, de motor was er nog! Toen ie het huis weer binnen zou treden zag hij zijn schoenen niet staan waar hij ze voor het laatst had gelaten, terwijl die er nog waren toen de huisbaas vertrok. Hij kon zijn ogen niet geloven!!! Enerzijds voelde hij zich schuldig, omdat hij zijn schoenen niet gelijk naar binnen had gebracht, maar anderzijds was ie zo kwaad, vreselijk kwaad op die vrijpostige dief, dat hij zijn uitgaanskleren inruilde voor een short en een t-shirt, zijn mantel erover droeg en op de motor de dief probeerde achterna te gaan. Helaas....de vogel was allang gevlogen.
Teleurgesteld kwam hij thuis.
Maar niks mocht de pret drukken, dus zijn we rustig met onze mantels aan en schoenen in een plastic tas, blootsvoets in die plensende regen naar Dixie’s gereden.
Ik dacht op weg naar het restaurant hoeveel ik wel van deze man moet houden dat ik ons huis in Suriname, mijn familie en vrienden heb gelaten, op onbetaald verlof voor onbepaalde tijd ben om hem te ondersteunen tijdens zijn studie in Indonesië, dat we in een vreemd land geconfronteerd raken met diefstal en op de koop op Valentijnsdag in de regen gaan dineren.
Maar dat geeft helemaal niet, want dat is een van de essentiële dingen die je als mens, maar bovendien als echtpaar vormt, dichter bij elkaar brengt en ook nog leert de kleine dingen in het leven beter te waarderen.
Wat is liefde toch geduldig!!
Bali – A New Experience
Een lange vermoeiende reis, mooie herinneringen en meer dan 1000 foto’s zijn het resultaat van een weekendje Balinese vreugde.
Vanaf het begin van Marciano’s opleiding in de taal, werden we voorbereid op een reis naar Bali als afsluiting van de cursus.
Iedereen weet intussen dat Bali tot een van de mooiste eilanden ter wereld wordt gerekend en als extraatje daarop is Bali ook bekend geworden na het beruchte bombardement op 12 oktober 2002 voor een café in de stad Kuta.
Normaliter bereid ik me zowel fysiek als mentaal goed voor op een reis, hoe lang of kort het ook mag duren. Ik wist meer dan een half jaar geleden dat ik mee zou en mocht gaan (ik ben geen student, maar wel de echtgenote van één) en wij keken er echt reikhalzend naar uit. En toch kon ik van de spanning onze kleren niet inpakken en leek het zo moeilijk om mijn focus te vinden.
Gelukkig waren we een dag voor het vertrek zo goed en wel “ready, steady...go”, konden we op de 16de vroeg opstaan om te ontbijten en waren wij zelfs één van de eersten die zich aanmeldden op de centrale ontmoetingsplek.
Iedereen zag er “happy en excited” uit en ik denk dat het niet alleen is om het feit dat we naar Bali zouden gaan, want velen uit de groep hebben het eiland al bezocht, maar meer nog om de pret die we onderweg naar en op Bali zouden beleven en ook omdat dit een teken is dat de cursus eindelijk afloopt.
Bij het vertrek werden we verwelkomd door de tourleider, voorzien van snack en water en voorbereid op een aantal zaken die we mochten tegenkomen op weg naar onze langgekoesterde bestemming.
Gigantische bus, lekker comfortabele zitplaatsen, redelijke beenruimte (voor korte mensen als ik), fully airconditioned, gepakt en gezakte enthousiaste inzittenden......... de reis mocht beginnen.
Gepland werd om van Jogja naar Oost-Java te rijden met een tussenstop in Nganjuk voor de lunch, in Tanggulangin voor een bezoek aan een tassenproducent, terwijl we de “Lumpur Lapindo” (Lapindo is een dorp dat door modder, die als lava borrelend uit de grond komt, is ondergelopen. Net als in de documentaires over evolutie en dinosaurussen.) in Sidoardjo zouden passeren, in Probolinggo voor het avondeten om de reis daarna te vervolgen naar Pelabuhan Ketapang, de veerverbinding tussen Java en Bali.
En inderdaad zagen we eindelijk na ongeveer 16 uren te hebben gereisd de haven, maar we moesten wachten op onze beurt om over te steken. En we wachtten, en wachtten, en .....hadden niet gedacht dat het wachten wel bijna 6 uren zou duren voor we eindelijk de oversteek mochten doen. Gewoonlijk is men wel gauw aan de beurt en zijn er wel meer dan 5 veerboten die worden ingezet voor de oversteek, maar aangezien die dag ook andere tourbussen wilden oversteken en het een “long weekend” zou worden vanwege een vrije dag op dinsdag, was het extra druk op het veerplein.
Slapen terwijl we wachtten kon ik niet: de motor van de bus bleef draaien vanwege de overige slapende inzittenden, het competitieve gesnurk van de mannelijke reizigers probeerde het geronk van de bus te overstemmen, het gepraat en het gelach van anderen buiten de bus deden me telkens opschrikken en bovendien bevond ik me niet op mijn gebruikelijke slaapplek in mijn ideale slaaphouding.
Maar dat mocht de pret niet drukken, dus toen wij eindelijk mochten oversteken, zat de moed er weer in en maakte het niet uit of we langer of korter dan een uur zouden varen naar de overkant.
En toen..... kwam het eiland eindelijk in zicht en naderden we Bali.
In eerste instantie bracht de oversteek me terug naar de periode toen ik nog met mijn familie in Commewijne woonde en we vaker de Surinamerivier moesten oversteken met een veerboot om in Paramaribo te zijn. Wat deze vaartocht anders maakte, behalve een grotere en beter gefaciliteerde veerhaven, kleinere veerboten, maar genoeg comfortabele zitplaatsen en op de koop toe zwemmende bedelaars die voor een paar rupiah’s kunstjes voor je willen uithalen in het mooie donkerblauwe zeewater, zijn de hoge golven die een of ander draaikolk veroorzakten in mijn maag en mij het gevoel gaven dat we elk moment koppie onder kunnen gaan en bij aankomst op Bali fantastische, traditionele, heel kunstig bewerkte bouwwerken.
In Gilimanuk, Bali, aangekomen vervolgden we de reis naar het restaurant waar we ons ontbijt zouden nuttigen en eventueel konden wassen, want moet je nagaan, ons laatste wasbeurt was de vorige dag om 5.00u, dus .......... un ben smer’ no law.
Na het ontbijt en een snelle doksi-bad, kon onze eerste full-day tour, alhoewel bus-lagged, beginnen met als eerste bestemming Pura Tanah Lot. Deze toeristische trekpleister blijkt naast tal van winkels en standjes ook een hindu-tempel te hebben die bij vloed totaal omringd is door zeewater. Deze tempel is eigenlijk net een soort grot op het water en wordt door de Balinesen die het Balinees Hinduïsme belijden gebruikt als tempel. Gelukkig was het eb en konden we vrij naar de tempel lopen (na eerst te zijn verdwaald en de anderen te zijn misgelopen) en uiteraard onze aanwezigheid vereeuwigen door foto’s te schieten. Vervolgens konden we naar Tanjung Benoa Water Sport gaan, waar onze lunch op ons wachtte. Prachtige beach, veel watersport activiteiten, maar helaas.....eb water. Maar we konden wel tegen een vergoeding uiteraard met een glass-bottom boat gaan varen en naar het eilandje gaan waar schildpadden worden gekweekt. Allemaal spannend, want bij laag water is het moeilijk om in de boot te stappen, maar gelukkig ben ik met een sterke man getrouwd, dus was dat probleem opgelost. Helaas waren de vissen niet te zien, dus zijn we verder gevaren naar het schildpadden-eiland, maar jammer genoeg kon de bootsman niet aan wal gaan met zijn boot, dus moesten we uit de boot en zeker meer dan 200 meter in het water waden om het eiland te bereiken. Weer een ervaring, actie en sensatie alom want kleine krabben waren te zien in het water dat op kniehoogte was. En toen we er eindelijk waren mochten we de schildpadden zien. Baja, ik schaam me zo om te schrijven dat ik niet eens weet met welk soort schildpadden we te maken hebben gehad, terwijl ik uit het land kom waar de schildpadden komen leggen. Maar goed, terug naar Tanjung Benoa na de leuke vaart en verder naar Garuda Wisnu Kencana. Prachtig om te zien, maar helaas te donker om foto’s te schieten, dus na een supersnelle bezoek gelijk naar Jimbaran Beach waar we op het strand ons diner (in romantische sfeer) zouden hebben.....lekker gegrilde vis met oesters en vissate’s. Daarna mochten we eindelijk gaan inchecken, maar eerst werden we afgezet op het centraal parkeerstation, want na verdere uitleg bleek dat grote touringbussen niet meer zijn toegestaan in hartje stad Kuta, omdat Kuta een heel drukbezochte stad blijkt te zijn en waarschijnlijk ook vanwege veiligheidsoverwegingen na de Bali Bombing. We zouden dan per shuttle-bus verder vervoerd worden naar het hotel dat net om de hoek van het Monument van het bombardement is gesitueerd. En wat voor een bus kregen we? Ik waande me op dat moment in Jamaica..... de shuttle-bus bleek een 15 tot 18 personen busje te zijn, letterlijk en figuurlijk fully air-conditioned, want de ramen werden opgerold, je kan er niet rechtop in lopen en je zit er als haringen in een ton, de bus zelf is zooo opgemaakt als de bussen in Suriname, alleen zwaarder en de muziek die er wordt afgespeeld is reggae. Typisch een ala-kondre mix, maar een leuke ervaring om eens in je leven in zo’n busje te zitten als je van “kiek-nemen” houdt.
Bij het hotel aangekomen, mochten we onze sleutels afhalen bij de receptie, en uiteraard waren Marciano en ik in 1 kamer geplaatst, en nog wel kamer D-5 (daar heb je de D van Dasai en Djamin weer). Leuke kamer, een beetje muffig, maar dat was niet zo erg, met AC, TV (cable nog wel), fridge, hot & cold water (jammergenoeg heeft hot water maar 1 keer gewerkt), kortom, genoeg om je er een beetje comfortabel in te voelen voor 2 dagen. Bovendien was het zwembad dat zich vlak voor de deur van onze kamer bevond zo uitnodigend dat we dachten om er gelijk in te springen. Gelijk na ons volgden andere studenten en je snapt wel wat daarna gebeurde, vooral met Marciano (die een van de grootste gangmakers van de klas bleek te zijn) die iedereen wilde optillen en gooien in het water en competities wilde houden.
Na het bad te hebben geproefd dachten we een beetje koffie te gaan drinken (het was intussen al 23.15u.) en Kuta te gaan verkennen, waarna we terug zouden keren naar het hotel om eindelijk die beauty-sleep te gebruiken waar we lang naar hebben uitgekeken. Trouwens, we moesten de volgende dag al om 7.00u. ontbijten, d.w.z. vroeg opstaan.
Ondertussen hebben we eindelijk de ware betekenis ontdekt van de hond in de pot vinden, want als je laat kwam ontbijten, lunchen of dineren, kreeg je alleen wat rijst met sambel en krupuk, dus deden we ons uiterste best om altijd als eerst te zijn en gelukkig lukte dat ook.
De 2de Full-day tour was echt eentje naar mijn hart, gezien mijn dans-, culturele en “shopping” achtergrond, omdat we de Tari Barong opgevoerd zouden zien, naar enkele shopping areas zouden gaan, waaronder de Sukawati markt (zie je me al naar de markt gaan?), en natuurlijk een mini versie van Bali te zien zouden krijgen.
Onbeschrijflijk onvergetelijk was dat! De foto’s spreken voor zich. Vooral toen we in de Bali Classic Centre (mini Bali) ook mee mochten dansen met de danseressen die hun sierlijke kunnen toonden aan ons. Ik voelde me weer die kleine danseres van 7 jaar die zo graag eens in haar leven naar Bali wilde gaan. Een van mijn grootste wensen is uitgekomen! Weer zo’n vermoeiende dag achter de rug, we zijn tegen 20.30u met de kippen op stok gegaan, denkende om weer op te staan en in te pakken, maar ontwaakten de volgende dag dus moesten we vort maken met opruimen en inpakken, want ja, intussen was het weer tijd om uit te checken en terug te gaan naar Jogja.
Volgens het programma zouden we eerst een half day tour krijgen alvorens de reis naar Jogja mocht beginnen, waaronder een bezoek aan Alas Kedaton (waar de apen te zien zijn) en Danau Beratan Bedugul (een meer hoog tussen de bergen waar ook aan watersport wordt gedaan).
Een van de studenten was ziek geworden na de vermoeiende heenreis, de wilde zwempartij, een avondje clubben en een slechte tot helemaal geen nachtrust, dus werd gepland haar eerst even naar de dokter te brengen alvorens Alas Kedaton werd aangedaan. Ondertussen dacht de tour guide Beli Made (Beli is de Balinese vorm van Mas en Made is zijn naam waaruit blijkt dat hij het 2de kind is van zijn ouders) ons meer informatie te verschaffen over de Balinese cultuur door een documentaire af te draaien in de bus. Deze docu blijkt een heel oude te zijn die waarschijnlijk in de jaren 1920 moest zijn opgenomen, want in die periode liepen de Balinese vrouwen nog met de borsten bloot.
En terwijl iedereen gefascineerd naar de docu keek, hoorden we iets zwaar vallen op de vloer van de bus. Het bleek de zieke student te zijn die haar bewustzijn had verloren!!!! Consternatie alom!!! Marciano en een andere student probeerden haar weer bij te krijgen en te verplaatsen, want toen ze bijkwam, snakte ze naar adem en begon ze hysterisch om zich heen slaand te gillen en te huilen. Gelukkig was het ziekenhuis niet meer zo ver, maar voor ons leek het wel een eeuwigheid voor we er waren. Thank God for my Hero and strong Hubby Marciano! Samen met de andere student droeg Marciano de (zware) zieke naar het ziekenhuis waar ze meteen geholpen werd door een dienstdoende arts. Bleek dat ze oververmoeid was, griep had opgelopen en een keelinfectie had. Na een prikje van de arts zou ze moeten overgeven, dus was het niet mogelijk voor haar om met ons de terugreis naar Jogja per bus te ondernemen. Dus werd door de organisatie gauw geregeld dat ze per vliegtuig, vergezeld van een andere student, terug moest naar Jogja. God is met ons!!!
Het bezoekje aan de apen werd geannuleerd, dus reden we gelijk naar Bedugul, waar we ook gelijk zouden lunchen, want ja, intussen was het al tijd daarvoor. De rit naar Bedugul leek zo eindeloos en we klommen de berg steeds verder op. Op Bedugul aangekomen was het koud (voor mij, maar voor anderen frisjes) en een beetje mistig. Da’s ook een mooie plek en zeker een bezoekje waard. Geweldig hoe de natuur in elkaar zit, want we waren wel zeker bijna meer dan 1 km boven de zeespiegel en tussen de bergen bevond zich een natuurlijke meer. Ongelooflijk mooi!
Vanuit Bedugul vervolgden we onze reis naar Jogja die net als de heenreis 24 uur zou duren. De terugreis verliep vlot, geen stagnatie bij de oversteek naar Java, en ik kon dit keer wel een beetje slapen.
Leerrijk, enerverend, onvergetelijk en fantastische trip was dat. Echt de moeite waard en zeker voor herhaling vatbaar, alleen wil ik de volgende keer wat langer blijven in Bali, want ik heb niet echt kunnen genieten van de zee en de stranden en bovendien zijn er in Bali wel meer dan 400 toeristische plekken die de moeite waard zijn om aan te doen.
Wie weet, zijn we er volgend jaar weer!
Vanaf het begin van Marciano’s opleiding in de taal, werden we voorbereid op een reis naar Bali als afsluiting van de cursus.
Iedereen weet intussen dat Bali tot een van de mooiste eilanden ter wereld wordt gerekend en als extraatje daarop is Bali ook bekend geworden na het beruchte bombardement op 12 oktober 2002 voor een café in de stad Kuta.
Normaliter bereid ik me zowel fysiek als mentaal goed voor op een reis, hoe lang of kort het ook mag duren. Ik wist meer dan een half jaar geleden dat ik mee zou en mocht gaan (ik ben geen student, maar wel de echtgenote van één) en wij keken er echt reikhalzend naar uit. En toch kon ik van de spanning onze kleren niet inpakken en leek het zo moeilijk om mijn focus te vinden.
Gelukkig waren we een dag voor het vertrek zo goed en wel “ready, steady...go”, konden we op de 16de vroeg opstaan om te ontbijten en waren wij zelfs één van de eersten die zich aanmeldden op de centrale ontmoetingsplek.
Iedereen zag er “happy en excited” uit en ik denk dat het niet alleen is om het feit dat we naar Bali zouden gaan, want velen uit de groep hebben het eiland al bezocht, maar meer nog om de pret die we onderweg naar en op Bali zouden beleven en ook omdat dit een teken is dat de cursus eindelijk afloopt.
Bij het vertrek werden we verwelkomd door de tourleider, voorzien van snack en water en voorbereid op een aantal zaken die we mochten tegenkomen op weg naar onze langgekoesterde bestemming.
Gigantische bus, lekker comfortabele zitplaatsen, redelijke beenruimte (voor korte mensen als ik), fully airconditioned, gepakt en gezakte enthousiaste inzittenden......... de reis mocht beginnen.
Gepland werd om van Jogja naar Oost-Java te rijden met een tussenstop in Nganjuk voor de lunch, in Tanggulangin voor een bezoek aan een tassenproducent, terwijl we de “Lumpur Lapindo” (Lapindo is een dorp dat door modder, die als lava borrelend uit de grond komt, is ondergelopen. Net als in de documentaires over evolutie en dinosaurussen.) in Sidoardjo zouden passeren, in Probolinggo voor het avondeten om de reis daarna te vervolgen naar Pelabuhan Ketapang, de veerverbinding tussen Java en Bali.
En inderdaad zagen we eindelijk na ongeveer 16 uren te hebben gereisd de haven, maar we moesten wachten op onze beurt om over te steken. En we wachtten, en wachtten, en .....hadden niet gedacht dat het wachten wel bijna 6 uren zou duren voor we eindelijk de oversteek mochten doen. Gewoonlijk is men wel gauw aan de beurt en zijn er wel meer dan 5 veerboten die worden ingezet voor de oversteek, maar aangezien die dag ook andere tourbussen wilden oversteken en het een “long weekend” zou worden vanwege een vrije dag op dinsdag, was het extra druk op het veerplein.
Slapen terwijl we wachtten kon ik niet: de motor van de bus bleef draaien vanwege de overige slapende inzittenden, het competitieve gesnurk van de mannelijke reizigers probeerde het geronk van de bus te overstemmen, het gepraat en het gelach van anderen buiten de bus deden me telkens opschrikken en bovendien bevond ik me niet op mijn gebruikelijke slaapplek in mijn ideale slaaphouding.
Maar dat mocht de pret niet drukken, dus toen wij eindelijk mochten oversteken, zat de moed er weer in en maakte het niet uit of we langer of korter dan een uur zouden varen naar de overkant.
En toen..... kwam het eiland eindelijk in zicht en naderden we Bali.
In eerste instantie bracht de oversteek me terug naar de periode toen ik nog met mijn familie in Commewijne woonde en we vaker de Surinamerivier moesten oversteken met een veerboot om in Paramaribo te zijn. Wat deze vaartocht anders maakte, behalve een grotere en beter gefaciliteerde veerhaven, kleinere veerboten, maar genoeg comfortabele zitplaatsen en op de koop toe zwemmende bedelaars die voor een paar rupiah’s kunstjes voor je willen uithalen in het mooie donkerblauwe zeewater, zijn de hoge golven die een of ander draaikolk veroorzakten in mijn maag en mij het gevoel gaven dat we elk moment koppie onder kunnen gaan en bij aankomst op Bali fantastische, traditionele, heel kunstig bewerkte bouwwerken.
In Gilimanuk, Bali, aangekomen vervolgden we de reis naar het restaurant waar we ons ontbijt zouden nuttigen en eventueel konden wassen, want moet je nagaan, ons laatste wasbeurt was de vorige dag om 5.00u, dus .......... un ben smer’ no law.
Na het ontbijt en een snelle doksi-bad, kon onze eerste full-day tour, alhoewel bus-lagged, beginnen met als eerste bestemming Pura Tanah Lot. Deze toeristische trekpleister blijkt naast tal van winkels en standjes ook een hindu-tempel te hebben die bij vloed totaal omringd is door zeewater. Deze tempel is eigenlijk net een soort grot op het water en wordt door de Balinesen die het Balinees Hinduïsme belijden gebruikt als tempel. Gelukkig was het eb en konden we vrij naar de tempel lopen (na eerst te zijn verdwaald en de anderen te zijn misgelopen) en uiteraard onze aanwezigheid vereeuwigen door foto’s te schieten. Vervolgens konden we naar Tanjung Benoa Water Sport gaan, waar onze lunch op ons wachtte. Prachtige beach, veel watersport activiteiten, maar helaas.....eb water. Maar we konden wel tegen een vergoeding uiteraard met een glass-bottom boat gaan varen en naar het eilandje gaan waar schildpadden worden gekweekt. Allemaal spannend, want bij laag water is het moeilijk om in de boot te stappen, maar gelukkig ben ik met een sterke man getrouwd, dus was dat probleem opgelost. Helaas waren de vissen niet te zien, dus zijn we verder gevaren naar het schildpadden-eiland, maar jammer genoeg kon de bootsman niet aan wal gaan met zijn boot, dus moesten we uit de boot en zeker meer dan 200 meter in het water waden om het eiland te bereiken. Weer een ervaring, actie en sensatie alom want kleine krabben waren te zien in het water dat op kniehoogte was. En toen we er eindelijk waren mochten we de schildpadden zien. Baja, ik schaam me zo om te schrijven dat ik niet eens weet met welk soort schildpadden we te maken hebben gehad, terwijl ik uit het land kom waar de schildpadden komen leggen. Maar goed, terug naar Tanjung Benoa na de leuke vaart en verder naar Garuda Wisnu Kencana. Prachtig om te zien, maar helaas te donker om foto’s te schieten, dus na een supersnelle bezoek gelijk naar Jimbaran Beach waar we op het strand ons diner (in romantische sfeer) zouden hebben.....lekker gegrilde vis met oesters en vissate’s. Daarna mochten we eindelijk gaan inchecken, maar eerst werden we afgezet op het centraal parkeerstation, want na verdere uitleg bleek dat grote touringbussen niet meer zijn toegestaan in hartje stad Kuta, omdat Kuta een heel drukbezochte stad blijkt te zijn en waarschijnlijk ook vanwege veiligheidsoverwegingen na de Bali Bombing. We zouden dan per shuttle-bus verder vervoerd worden naar het hotel dat net om de hoek van het Monument van het bombardement is gesitueerd. En wat voor een bus kregen we? Ik waande me op dat moment in Jamaica..... de shuttle-bus bleek een 15 tot 18 personen busje te zijn, letterlijk en figuurlijk fully air-conditioned, want de ramen werden opgerold, je kan er niet rechtop in lopen en je zit er als haringen in een ton, de bus zelf is zooo opgemaakt als de bussen in Suriname, alleen zwaarder en de muziek die er wordt afgespeeld is reggae. Typisch een ala-kondre mix, maar een leuke ervaring om eens in je leven in zo’n busje te zitten als je van “kiek-nemen” houdt.
Bij het hotel aangekomen, mochten we onze sleutels afhalen bij de receptie, en uiteraard waren Marciano en ik in 1 kamer geplaatst, en nog wel kamer D-5 (daar heb je de D van Dasai en Djamin weer). Leuke kamer, een beetje muffig, maar dat was niet zo erg, met AC, TV (cable nog wel), fridge, hot & cold water (jammergenoeg heeft hot water maar 1 keer gewerkt), kortom, genoeg om je er een beetje comfortabel in te voelen voor 2 dagen. Bovendien was het zwembad dat zich vlak voor de deur van onze kamer bevond zo uitnodigend dat we dachten om er gelijk in te springen. Gelijk na ons volgden andere studenten en je snapt wel wat daarna gebeurde, vooral met Marciano (die een van de grootste gangmakers van de klas bleek te zijn) die iedereen wilde optillen en gooien in het water en competities wilde houden.
Na het bad te hebben geproefd dachten we een beetje koffie te gaan drinken (het was intussen al 23.15u.) en Kuta te gaan verkennen, waarna we terug zouden keren naar het hotel om eindelijk die beauty-sleep te gebruiken waar we lang naar hebben uitgekeken. Trouwens, we moesten de volgende dag al om 7.00u. ontbijten, d.w.z. vroeg opstaan.
Ondertussen hebben we eindelijk de ware betekenis ontdekt van de hond in de pot vinden, want als je laat kwam ontbijten, lunchen of dineren, kreeg je alleen wat rijst met sambel en krupuk, dus deden we ons uiterste best om altijd als eerst te zijn en gelukkig lukte dat ook.
De 2de Full-day tour was echt eentje naar mijn hart, gezien mijn dans-, culturele en “shopping” achtergrond, omdat we de Tari Barong opgevoerd zouden zien, naar enkele shopping areas zouden gaan, waaronder de Sukawati markt (zie je me al naar de markt gaan?), en natuurlijk een mini versie van Bali te zien zouden krijgen.
Onbeschrijflijk onvergetelijk was dat! De foto’s spreken voor zich. Vooral toen we in de Bali Classic Centre (mini Bali) ook mee mochten dansen met de danseressen die hun sierlijke kunnen toonden aan ons. Ik voelde me weer die kleine danseres van 7 jaar die zo graag eens in haar leven naar Bali wilde gaan. Een van mijn grootste wensen is uitgekomen! Weer zo’n vermoeiende dag achter de rug, we zijn tegen 20.30u met de kippen op stok gegaan, denkende om weer op te staan en in te pakken, maar ontwaakten de volgende dag dus moesten we vort maken met opruimen en inpakken, want ja, intussen was het weer tijd om uit te checken en terug te gaan naar Jogja.
Volgens het programma zouden we eerst een half day tour krijgen alvorens de reis naar Jogja mocht beginnen, waaronder een bezoek aan Alas Kedaton (waar de apen te zien zijn) en Danau Beratan Bedugul (een meer hoog tussen de bergen waar ook aan watersport wordt gedaan).
Een van de studenten was ziek geworden na de vermoeiende heenreis, de wilde zwempartij, een avondje clubben en een slechte tot helemaal geen nachtrust, dus werd gepland haar eerst even naar de dokter te brengen alvorens Alas Kedaton werd aangedaan. Ondertussen dacht de tour guide Beli Made (Beli is de Balinese vorm van Mas en Made is zijn naam waaruit blijkt dat hij het 2de kind is van zijn ouders) ons meer informatie te verschaffen over de Balinese cultuur door een documentaire af te draaien in de bus. Deze docu blijkt een heel oude te zijn die waarschijnlijk in de jaren 1920 moest zijn opgenomen, want in die periode liepen de Balinese vrouwen nog met de borsten bloot.
En terwijl iedereen gefascineerd naar de docu keek, hoorden we iets zwaar vallen op de vloer van de bus. Het bleek de zieke student te zijn die haar bewustzijn had verloren!!!! Consternatie alom!!! Marciano en een andere student probeerden haar weer bij te krijgen en te verplaatsen, want toen ze bijkwam, snakte ze naar adem en begon ze hysterisch om zich heen slaand te gillen en te huilen. Gelukkig was het ziekenhuis niet meer zo ver, maar voor ons leek het wel een eeuwigheid voor we er waren. Thank God for my Hero and strong Hubby Marciano! Samen met de andere student droeg Marciano de (zware) zieke naar het ziekenhuis waar ze meteen geholpen werd door een dienstdoende arts. Bleek dat ze oververmoeid was, griep had opgelopen en een keelinfectie had. Na een prikje van de arts zou ze moeten overgeven, dus was het niet mogelijk voor haar om met ons de terugreis naar Jogja per bus te ondernemen. Dus werd door de organisatie gauw geregeld dat ze per vliegtuig, vergezeld van een andere student, terug moest naar Jogja. God is met ons!!!
Het bezoekje aan de apen werd geannuleerd, dus reden we gelijk naar Bedugul, waar we ook gelijk zouden lunchen, want ja, intussen was het al tijd daarvoor. De rit naar Bedugul leek zo eindeloos en we klommen de berg steeds verder op. Op Bedugul aangekomen was het koud (voor mij, maar voor anderen frisjes) en een beetje mistig. Da’s ook een mooie plek en zeker een bezoekje waard. Geweldig hoe de natuur in elkaar zit, want we waren wel zeker bijna meer dan 1 km boven de zeespiegel en tussen de bergen bevond zich een natuurlijke meer. Ongelooflijk mooi!
Vanuit Bedugul vervolgden we onze reis naar Jogja die net als de heenreis 24 uur zou duren. De terugreis verliep vlot, geen stagnatie bij de oversteek naar Java, en ik kon dit keer wel een beetje slapen.
Leerrijk, enerverend, onvergetelijk en fantastische trip was dat. Echt de moeite waard en zeker voor herhaling vatbaar, alleen wil ik de volgende keer wat langer blijven in Bali, want ik heb niet echt kunnen genieten van de zee en de stranden en bovendien zijn er in Bali wel meer dan 400 toeristische plekken die de moeite waard zijn om aan te doen.
Wie weet, zijn we er volgend jaar weer!
Voor het vertrek

Sleman, 7 mei 2008
Vandaag staan we 9 dagen voor ons vertrek naar Bali, ‘s werelds 4de mooiste eiland. We zullen op vrijdag 16 mei rond 7.00u, tezamen met overige studenten van Marciano’s klas en docenten met de bus vertrekken, een goed lange busreis van bijna 24 uur achter de rug hebben om eindelijk op zaterdag de 17de voet aan wal te zetten op het veelbelovende adembenemend mooie eiland.
Bali ligt ten oosten van het eiland Java, waar Yogyakarta ligt, en om Bali te bereiken moeten we naast de busrit van zoveel uren ook nog de oversteek doen met de veerboot. Vliegverbinding met Bali is er uiteraard, maar een autorit lijkt me ook spannend. Daarnaast zullen we ook andere toeristische plekken die aan te treffen zijn op weg naar Bali aandoen.
Wat dit eiland zo uniek maakt, naast het mooie, bergachtig en vruchtbare land, de stranden, de kollossale Hindubeelden en het feit dat de bevolking het Balinees Hindoeïsme belijdt, is de Balinese dans.
Ik heb als klein meisje van 6 of 7 jaar van een Indonesische danseres een Balinese dans geleerd die ik tot nu toe nog ken, nl. de Tari Pendet., een welkomstdans. De Balinese danskunst is heel anders dan de traditioneel javaanse die we vaker te zien krijgen in Suriname. Het is dynamischer, en net als bij de Hindoestaanse dans “dansen” de ogen ook mee.
Ik ben heel erg benieuwd wat mij (ons) te wachten staat, maar ik weet dat een langgekoesterde wens van mij dan eindelijk in vervulling gaat.
Keeping you posted!!
Vandaag staan we 9 dagen voor ons vertrek naar Bali, ‘s werelds 4de mooiste eiland. We zullen op vrijdag 16 mei rond 7.00u, tezamen met overige studenten van Marciano’s klas en docenten met de bus vertrekken, een goed lange busreis van bijna 24 uur achter de rug hebben om eindelijk op zaterdag de 17de voet aan wal te zetten op het veelbelovende adembenemend mooie eiland.
Bali ligt ten oosten van het eiland Java, waar Yogyakarta ligt, en om Bali te bereiken moeten we naast de busrit van zoveel uren ook nog de oversteek doen met de veerboot. Vliegverbinding met Bali is er uiteraard, maar een autorit lijkt me ook spannend. Daarnaast zullen we ook andere toeristische plekken die aan te treffen zijn op weg naar Bali aandoen.
Wat dit eiland zo uniek maakt, naast het mooie, bergachtig en vruchtbare land, de stranden, de kollossale Hindubeelden en het feit dat de bevolking het Balinees Hindoeïsme belijdt, is de Balinese dans.
Ik heb als klein meisje van 6 of 7 jaar van een Indonesische danseres een Balinese dans geleerd die ik tot nu toe nog ken, nl. de Tari Pendet., een welkomstdans. De Balinese danskunst is heel anders dan de traditioneel javaanse die we vaker te zien krijgen in Suriname. Het is dynamischer, en net als bij de Hindoestaanse dans “dansen” de ogen ook mee.
Ik ben heel erg benieuwd wat mij (ons) te wachten staat, maar ik weet dat een langgekoesterde wens van mij dan eindelijk in vervulling gaat.
Keeping you posted!!
maandag 25 februari 2008
Ayo ke Solo!!!
Marciano en ik werden in de gelegenheid gesteld om oom Erwin op logee te hebben van 29 januari tot en met 4 februari. Twee weken daarvoor was hij al op bezoek geweest toen hij op weg was naar Solo, maar helaas konden wij niet mee die dag.
Voor ons geen probleem, wij hadden oom Erwin toen uitgenodigd om bij ons te komen logeren en hadden gepland om dan samen met hem naar Solo te gaan om Mba yut Ngatinah een bezoek te brengen.
Het was 31 januari 2008 en het beloofde een mooie zonnige dag te worden. We waren die dag extra vroeg op met de bedoeling vroeg te ontbijten, omdat de chauffeur waarmee we hadden afgesproken ons tegen 8.00u. zou afhalen. We maakten ons klaar en nadat de chauffeur ons had opgepikt (weliswaar een half uurtje later, maar 't geeft niet) en we een vriendin met haar twee peuters hadden afgehaald, mocht de reis naar Solo beginnen, Voor die dag hadden we gepland om naar de welbekende Pasar Klewer te gaan, een halve dag door te brengen bij mba yut Ngatinah om op weg terug naar Yogyakarta Candi Prambanan of Candi Ratu Boko aan te doen.
Dagen voor ons vertrek probeerde ik me in te beelden hoe de ontmoeteing zou zijn met een familie die ons eigen is, maar die we nooit van dichtbij hadden gekend. Ik zat vol gemengde gevoelens: bang voor de emoties die los zouden zouden breken bij zo'n ontmoeting, maar ik zat ook vol spanning slechts om het feit dat ik een familie zou ontmoeten die mijn vader 37 jaar geleden had gevonden en mijn vader van dichtbij had gekend. Ik wist echt niet wat mij te wachten stond. Gelukkig had oom Erwin de opname die hij 2 weken eerder had gemaakt in Solo bij zich en mochten we een dag voor onze reis de film bekijken, dus was ik als het ware een beetje voorbereid.
Nadat we ongeveer anderhalf uur hadden gereden van Yogyakarta naar Solo en bijna twee uren hadden gewandeld in Pasa Klewer en lekker hadden gelunchd, konden we eindelijk onze reis vervolgen en het bezoek brengen aan de familie in Boyolali. Voor onze chauffeur, die by the way Anton heet en naast Indonesisch en Javaans (zowel Alus als Ngoko) ook Engels en Nederlands kan praten, was het helemaal niet moeilijk om Boyolali te vinden, maar de weg naar Bantulan 58, Jembungan, Banyudono was wel een raadsel voor hem. Na enkele mensen te hebben gevraagd waar het huis zou moeten zijn en uiteraard na enkele keren verkeerd te hebben gereden, kwamen we eindelijk in de buurt waar ze zouden moeten wonen. Vrij rustige buurt, zoals in elke Indonesische woonwijk waren de huizen dicht naast elkaar gebouwd en waren de straten smal en de bochten scherp. Toen we dichterbij kwamen, was de spanning te voelen. Uiteindelijk herkende ik het huis dat ik eerder op de film had gezien. Een groot huis, met een hoge vloer, dus het zou nooit onder kunnen lopen, maar dat helaas een fikse opknapbeurt (of schoonmaakbeurt) nodig heeft. De schoonzoon van mba Ngatinah was er en mba Ngatinah zelf was op het terras. Nadat ik de schoonzoon had begroet, riep hij een van zijn kleinkinderen om zijn vrouw, mba Ngatinah's dochter, te gaan halen, want die was niet thuis, waarschijnlijk zou ze in de sawa of kebun zijn.
En eindelijk, eindelijk kon ik mba Ngatinah begroeten en ja, het onvermijdelijke gebeurde. Het was een heel emotionele ontmoeting, des te meer zij zich nog kon herinneren dat mijn vader vaker kwam logeren.
Mba Ngatinah is al oud, heel oud, maar nog fief, alleen loopt ze intussen met een stok. Ze weet niet hoe oud ze moet zijn en is naar mijn mening al aan het dementeren, want ze sprak ook een beetje verward. Wat ze constant herhaalde was dat mijn vader haar vaker kwam opzoeken en mbae altijd ging "kelon", dat haar eigen vader drie keer gertrouwd is geweest en ze onaardige stiefmoeders heeft gekend, waarvan een rijst in haar gezicht smeet wanneer ze om eten vroeg en de andere een buurvrouw was die haar regelmatig "dikebiyuri banyu". Volgens haar is opa Mudji Wardiyo (want zo noemt ze haar broer constant) uit schaamte weggelopen van huis. Ze weet ook nog dat mba Wagijo haar eens is komen opzoeken.
De dochter van Mba Ngatinah is nog niet zo oud, ongeveer 65 jaar, maar ze ziet er wel ouder uit. Volgens haar verhaal heeft ze zeven kinderen, waarvan de enige twee dochters, tevens de oudste en jongste kinderen al heen zijn gegaan en de vijf zonen zijn over gebleven. De oudste zoon woont in Lampung, Sumatra, drie zonen wonen nog thuis en eentje heeft heel mooi gebouwd aan de overkant. Van de drie zonen die nog thuis wonen, waren twee thuis, o.a. Djumadi, die eens had geschreven en de jongste, die een Down Syndrome Patient is. Als oom Erwin niet had rondgelopen op het terras zou hij die jongen nooit hebben ontdekt. hij wordt namelijk opgesloten uit angst dat ie weg zou lopen en de buren gaat lastig vallen, maar ook omdat mba Ngatinah bang is voor hem, want hij slaat haar. Triest om te zien, maar hoe kan het ook anders? Ze weten niet beter hoe om te gaan met zo'n persoon en voor zover ik weet is er in dit land geen begeleiding of speciale school voor zulke patienten zoals we die kennen in Nederland en Suriname.
Het is een arme familie, maar de zonen, op die ene na, zijn geschoold en hebben een goeie baan. Het huis is oud en verwaarloosd, maar het allerbelangrijkste om te weten is dat het dak niet lekt. Ze hebben niet veel foto's, niet eens hun eigen familiefoto's, maar ze hebben wel alle foto's van de familie in Suriname bewaard. Een van ze, die van opa Min en gezin, hangt op de muur en een is in de wandmeubel, nl. die van mijn vader en gezin en verder was er een album met foto's van familie uit Suriname. We zijn tot ongeveer 16.15u. gebleven in Boyolali en zijn de tempels niet meer gaan bezoeken vanwege het late uur en de regen.
We hebben een leuke tijd gehad bij hen en hopen dat jullie ooit in de gelegenheid worden gesteld om hetzelfde te ervaren. Wees niet bang dat ze jullie niet zullen verstaan, ze praten alleen Javaans en alleen de kinderen en kleinkinderen zijn zowel het Javaans als het Indonesisch machtig.
De wetenschap alleen dat onze stamvader, Mba yut Wagijo, uit Solo komt, geeft bij het gaan naar en arriveren in Solo het gevoel dat je thuis bent gekomen.
Wacht niet te lang, stel niet meer uit, spaar zo hard als het kan en sluit vrede met het verleden.
Ayo ke Solo!!!
Veel liefs van Murni en Marciano
Abonneren op:
Posts (Atom)
